Hechting

een goede hechting: vrijheid en gebondenheid

Als ik als kind weer eens op mijn kop gevallen was moest ik vaak naar het ziekenhuis om het te laten hechten. Als je als kind een hechtingsstoornis oploopt dan zijn de wonden vaak zo diep dat het moeilijker hechten wordt. Een kind heeft het nodig zich te hechten aan zijn ouders, anders loopt het het risico op een geestelijke tik.

Afgelopen vrijdag was ik op het professionalcongres van de organisatie “met pappa en mamma mee” Het interessantste vond ik een lezing van de Leidse hoogleraar Femmie Juffer over hechtingstheorie.

Hoewel ik aardig wat van hechting af weet is het mooi om alles op een mooie manier nog een keer gepresenteerd te krijgen. Ook de filmpjes waren daarbij een mooie aanvulling. Heikel punt was de voortzetting van de veilige hechting na scheiding. Mevrouw Juffer verkondigde de opvatting dat het hebben van twee huizen voor een kind toch een bedreiging was voor de veilige hechting omdat het zijn vertrouwde omgeving zou moeten missen. Dit is een prominent argument tegen gelijkwaardig ouderschap als de ouders niet bij elkaar (blijven) wonen.

Op mijn vraag om wat meer argumenten t.a.v haar standpunt bleek de hardheid van dit punt mee te vallen. Ik stelde dat als het kind zijn bekende speelgoed en knuffels en vooral dus de betrokken ouder met de daarbij behorende opvoedingsgewoonten en rituelen niet zou hoeven missen, ik me een onbedreigde hechting kon voorstellen. Femmie erkende dit en wilde zelfs nog wel meegaan in mijn vervolgstelling dat het in bepaalde gevallen een voordeel zou kunnen zijn dat in gescheiden gevallen de ouders meer eigenheid mee zouden kunnen geven aan de ontwikkeling van hun opvoedingsrelatie. In termen van hechtingstheorie zou je kunnen zeggen dat het de sensitiviteit kan verhogen. Peter Prinsen, refererend aan de wet, ontlokte haar nog de explicietere uitspraak dat ze voorstander is van gelijkwaardig ouderschap.

Verder valt het op dat Professor Juffer allerlei handelswijzen die bij kinderbescherming en jeugdzorg aan de orde van de dag zijn rangschikt onder de noemer kindermishandeling. En terecht.

Ik wil ook nog wat vertellen over de presentatie van de nieuwste SIRE-campagne (met Ed Spruijt als adviseur). Maar daar ga ik een aparte blog aan besteden.

Visie van Juffer op hechting en rechterlijke beslissingen
Mijn eerdere blog over Bowlby en hechting

Mannen; universiteit versus wikipedia

zandkastelen een vorm van mannelijke agressie?

Wikipedia is een mannenbolwerk. Hoewel het een volstrekt open toegang heeft, registratie is niet nodig, je kunt er direct zelf in schrijven, trekt Wikipedia weinig vrouwelijke schrijfsters. De universiteit trekt hoe langer hoe minder mannen. Die er wel rondhangen lijken zich te schikken in hun lot als grappige bijverschijnselen. “Tsja wij zijn niet zo bezig onze prestaties op te vijzelen, de vrouwen zijn veel beter.” reageerden de heren in het filmpje van nieuwsuur gisteren. Mijn promotor Louis Tavecchio weet het aan de vervrouwelijking van de academische cultuur, het weinig inspelen op de beweeglijkheid aan mannen.

Wikipedia bestaat tien jaar en heeft in Nederland zo’n zevenhonderdduizend artikelen opgeleverd. Een kwantiteit, maar ook in een kwaliteit waar Encarta en Winkler Prins hier en daar nog wat van kon leren. En dan het proces om zover te komen. Sla eens een overlegpagina open op Wikipedia en zie met hoeveel ijver soms over komma’s discussies gevoerd worden. Naast chagrijnige doorzeurdiscussies zitten daartussen vele interessante wetenschappelijke discussies. Kortom een bibliotheek vol aan informatie. En dan heb ik het nog niet over het doorklikken naar de Engelse versie met zijn miljoenen artikelen en de als heel degelijk bekend staande Duitse versie met ook ver over de miljoen artikelen.

Zelf vind ik het prettig op Wikipedia bij te dragen omdat de discussie er meer open is dan in de maatschappij….meestal. Jarenlang werd IRL het discours over huiselijk geweld bepaald door vrouweninstituten met mevrouw commissar Gerda Dijksman voorop. Daar kon je met geen argument tegenop. Het was gewoon de macht van het doordrukken. En dan zie je dat die macht van dat soort mensen op Wikipedia wat kleiner is. Dat je het daar nog over argumenten kunt hebben en ook gewoon op correcte manier wetenschappelijk onderzoek kunt aanhalen. Inmiddels zijn we zover dat overal in de maatschappij is doorgedrongen dat ook vrouwen zich schuldig maken aan huiselijk geweld.

Op het Wikipedialemma van de soroptimisten heb ik een keer een heftige strijd moeten voeren met de Nederlandse soroptimistenafdeling die vonden dat ze het recht zouden hebben om gewoon hun eigen tekst integraal er door te drukken. Academisch opgeleide vrouwen, juristen, het topje van de vrouwelijke beïnvloedingsmachine (categorie 1 NGO in de VN) bleken een wat malle opvatting te hebben over wat een encyclopedie is. Ook op de Duitse Wikipedia zag ik een paar vrouwen wat malle discussies voeren op lemma’s als vaderschap, mannenbeweging en ouderverstotingssyndroom.
Hoewel vrouwen op de Wikipedia dus niet zoveel macht hebben als daarbuiten komen lemma’s over feminisme en feministes goed, zeker niet negatief, uit de verf. Eigenlijk vind ik dat we ondanks alles nog te weinig aandacht besteden aan de mannelijke kant. In een van mijn vorige blogs gaf ik daar een paar voorbeelden van. Een paar lemma’s over bekende mannenorganisatiess en dergelijke ontbreken opvallend.

Het klinkt wat ruig, maar zou het kunnen dat mijn persoonlijke ervaringen in sociale wetenschappen en Wikipedia relevant zijn voor de beoordeling van wat er met mannen en wetenschap gebeurt?
Kan het zijn dat de mannelijke agressie ( in zijn goede betekenis) een mooie weg vindt in de bouw van dat prachtige kasteel dat een encyclopedie toch een beetje is?

http://s.nos.nl/swf/nieuwsuur_video_embed.swf?tcmid=tcm-5-964979

opvoedingsverantwoordelijkheid

Van onvoorwaardelijke opvoeder degradeerde de vader tot een aanhangsel, een oppas als het de staat en moeders zo uitkwam. Dit ging naast de kwantiteit vooral ook ten koste van de kwaliteit van een autonome inbreng van vaders in de opvoeding.
En zo is de cirkel rond; vaders zouden niet voor hun kinderen willen zorgen; de opvoedingsverantwoordelijkheid van vaders was gebroken (Joep Zander: Ouderverstoting en de vergeten vaderlijke opvoedingsverantwoordelijkheid)

Hèhè hij is eruit, mijn eerste wetenschappelijk artikel. Deze week terug van de drukker. In het volgende nummer zal er waarschijnlijk een reactie van Ed Spruijt verschijnen. Uiteraard zult u dit themanummer van het tijdschrift Pedagogiek over vaderschap zelf moeten aanschaffen of in een betere bibliotheek moeten inzien, indien u meer wilt weten. Maar aanbevolen, al zeg ik het zelf!

4 en 5 mei

“We staan er niet meer bij stil hoe vanzelfsprekend het is dat we met onze kinderen op de fiets zitten en ……………………..” Deventer burgemeester Heidema spreekt op de dodenherdenking over ons onbenul van de herkenning van vrijheid. Ik moet hier weer spreken over het onbenul van deze piefen waar het gaat om dingen die juist helemaal niet altijd mogen in een zogenaamd vrij land. Zoals gewoon met je kinderen omgaan.

Zo vergaat het me vaak bij al die officiële stilstaandagen. Op 10 december bijvoorbeeld, dag van de mensenrechten of 20 november; dag van de kinderrechten. Allemaal data waarop we graag memoreren hoe onvrij het elders en ooit kan en kon zijn. Maar ho maar als het gaat om een blik op de terreur naar kinderen. Hoe we als vader dus lang niet altijd de vrijheid hebben om met de fiets op stap te gaan.

Dodenherdenking is wat mij betreft ook een denken aan diegenen die niet dood maar weg zijn. Voor sommigen is dat gevoel erger. Onlangs sprak ik een moeder die durfde te vertellen dat het niet zien van haar kind misschien wel erger is dan de dood van een kind. Een aangesprokene die haar kind aan de dood verloren was viel haar daarop aan; “dat is toch geen vergelijking”. De moeder repliceerde: “Hoe zou jij het vinden als je je dode kind ineens ergens levend zag, maar er wel bij uit de buurt moet blijven?” Ik zou het als vader niet durven zeggen. Maar het is geloof ik wel aardig raak.

foto met dank aan julietteHoe passend dat ik op 5 mei, bevrijdingsdag dan wel met Joshua op stap ging voor een fietstocht Nijmegen- Wageningen (grote bevrijdingsfestival)- Apeldoorn. Maar het bevrijd me niet van mijn misselijkheid over het ontbreken van elke redelijkheid ten aanzien van het contact met mijn dochter, en de manier waarop daarmee is omgegaan. Ik sta er nog een keer bij stil hoe diep dat in mijn  leven ingevreten is en hoe moeilijk daar actief iets mee te doen. Moe. Toe aan een stilstaanjaar in plaats van een stilstaandag geloof ik.

Handel

Het is ook voor ons al weer jarenlange traditie. De handel op Koninginnedag. Deze keer gekenmerkt door erg veel, relatief al weer heel oude, kinderspullen van Joshua die eindelijk de deur uit gaan. Op het laatst redden we toch nog een primo-eendje die hij van zijn buurmeisje kreeg bij de geboorte; die blijft toch ter herinnering in de kast.

De opbrengsten van deze handel werden door Joshua al snel geïnvesteerd in een mobieltje. En dat is weer heel andere handel, slimme handel, bijna afpersing. Als je op zo’n mobieltje per ongeluk op internet gaat ben je zo vele euro’s kwijt om een internetpagina te downloaden die qua dataomvang vooral bestaat uit een reclamebanner. En voor dat je het weet klik je erop waardoor ja allerlei betaalde sms’jes ontvangt. De markt heeft het binnenhalen van kinderzielen uitermate verfijnd in de afgelopen jaren. dataverkeer, suiker, zoetstoffen, kleding, de koopkrachtige pubervraag wordt druk bewerkt. Dat geldt per saldo ook voor tabak en alcohol, wetgeving en tegenreclame blijken vaak een mager tegenwicht.

Ook deze confrontatie met de grote wereld zal de hedendaagse puber tegemoet moeten treden. Met zoveel mogelijk eigenwijsheid. Intrigerend om zo vlak voor je neus te mogen zien gebeuren.