Verstoten

Verstoting is bij veel volkeren een ernstigere straf dan een lijfstraf. Deze opmerking zette me vanochtend weer even aan het denken. Peter Tromp en ik hadden een gesprek met twee moeders die een zelfhulproep voor verstoten moeders willen opzetten.

Een van de aardige dingen in het gesprek was dat me opviel dat er goede woorden werden gekozen voor de trauma’s die vaders en moeders als slachtoffer van ouderverstoting oplopen. Beter dan ik in de regel van mannen hoor. Ik vroeg me af of dat kan komen omdat het voor mannen vaak lastiger is om hun objectieve slachtofferschap te benoemen. Vanuit een traditionele mannenhouding en/of vanwege de manier waarop slachtofferschap van mannen niet wordt geaccepteerd.

Ook deze week dus weer veel bezig geweest met de trauma’s van verstoten ouders (inclusief mijzelf), ook vanwege een journaliste die er over aan het schrijven is. Bij journalisten heb ik altijd het gevoel dat ik een deel van mijn kwaadheid maar in moet slikken. Zoals ik zo vaak het gevoel heb dat ik kwaadheid af moet schermen om het anderen niet te moeilijk te maken. Omdat de traumatologie dan toch aan de orde was had ik een mooie kans dit een keer te benoemen. Daar wordt je vervolgens zelf ook weer helderder van. Ik had de gedachten over vadertrauma’s  allemaal al wel een keer opgeschreven in het boek Gemist Vaderschap (Doodgaan als vader, overleven als man… ja lees dat boek), maar elke keer zet ik weer een stap verder.  “Tsja eigenlijk heb ik nu het idee dat ik kwaad wil worden, maar ja dat houd ik nu in”. Een beetje laat je het met zo’n uitspraak dan toch ongemerkt vieren. De kwaadheid krijgt zo wel een kadertje waardoor het voor de ander weer beter toegankelijk wordt.

Toen een van de moeders vanochtend in het gesprek vertelde hoe graag ze boosheid zou willen uiten zag ik het ook direct gebeuren. Ze liet tegelijkertijd ook die boosheid daadwerkelijk zien. Maar weer in een kader waardoor we er allebei zelfs over konden glimlachen. Kijk eens dat hebben wij nou.

Verstoten, dat is niet alleen door je ex en je kind, maar door een hele maatschappij, door wetenschappers, politici, vrienden die je eigenlijk niet precies kunt vertellen wat er aan de hand is. En als je het wel zou doen heb je een probleem. Er gewoon niet over willen praten, hard weglopen als iemand vertelt hoe de vork in de steel zit. Zoals Inge van der Valk hier op dit blog onlangs deed. Zodat je als verstoten ouder ook hoe langer hoe meer verstoten burger, outlaw dreigt te worden. Hoe goed ik zelf ook vindt dat ik daar af en toe boven uit kan stijgen, hoe meer ik ook telkens kan zien hoe indringend dat gevoel is.

Het was goed om er vandaag over te praten. En nog beter om het te besluiten met dit blog en een liedje van mijn favoriete muzikale Duitse vader. I saw a man, I saw him cry, I saw his pain, I never saw the reason why…… me

[youtube=http://www.youtube.com/watch?v=ypwZ1QRdlVs]

Hout en verf

 

rechts mijn schilderij Toorn, links de Log van Jos

 

(BLog)

Het hout straalt rust uit maar de agressieve lijnen en breuken doen denken aan mijn schilderij er recht tegenover.

Toen ik maanden geleden mijn expositie voorbereidde, had ik met de beheerder vaan de School van Frieswijk besproken dat het mooie stuk hout in de gang misschien even moest worden opgeborgen. Anders leek het net of het bij mijn expo zou horen. Uiteindelijk kon ik dat toch niet over mijn hart verkrijgen. Het bleef hangen.
En nu de expositie een maand hangt en ik er een beetje rondhang om gastheer te spelen, stuit ik op een merkwaardige folder in de folderbak van de School van Frieswijk. Iets over dat je een boom ook kan sms-en in plaats van je naam er in te krassen. Nature Access Network heet het.

Ineens zie ik daar een bekende plaatsnaam, Avezaath, en dan een foto van een vergelijkbaar stuk hout. En al rap ontdek ik dat het stuk hout is bevonden en bewerkt door Jos Bregman. Afgestudeerd bij vrouwenstudies. Iemand waarmee ik herhaaldelijk heb samengewerkt maar waarmee de samenwerking soms moeilijk verliep door zijn (mijns inziens) wel erg star-feministische kijk op de vaderwereld. Hij staat een beétje tegenóver mij. Maar ik heb gelukkig geen confict (meer) met hem. En nu hangt zijn werkstuk (een woodword log) dus letterlijk en geheel toevallig tegenover een werkstuk van mij. En dan nog wel het meest uitgesproken werkstuk; Toorn, door Louis Tavecchio genoemd als voorbeeld van mijn onrustige maar terechte kwaadheid.

 

hier Log in beeld met een vriendelijker stukje vaderbeeld

 

Ik hoorde net een bezoekster nog zeggen dat het haar te agressief en doorgedraaid leek. (De rest van mijn werk vond ze wel mooi) Juist dat hangt recht precies tegenover Jos. Mijn meest dikdimensionale schilderij, een mooi tegenwicht tegenover het, voor een stuk hout erg platte, maar diepdoorsneden Log. Als ik het had bedácht zou ik het ook zo hebben opgehangen. Maar ik heb het níet bedacht. Net zoals ik vaak over mijn schilderijen op zich van alles achteraf kan vertellen dat ik er nooit bewust in heb gestopt.

En nu is dat stuk hout dus toch ook een beetje onderdeel van mijn expositie. Of een onbedachte gezamenlijke Kunstlog. In beeld. een K-Log misschien.

Vandaag stuur ik dit (b)Logje door naar Jos.

De website van Jos
de toespraak van Prof Tavecchio

Kwetsbaarheid, kracht en kwaadheid

Niet toevallig dat 5 vrouwelijke kunstenaars een expositie maken die haar kracht ontleent aan het laten zien van kwetsbaarheid, predikt een inleider vanaf de kansel van de Bergkerk bij de opening van de tentoonstelling Broos. Schilderijen van, vaak oude, mensen zoals ze zíjn. Indrukwekkend. Afgelopen zondagmiddag opening van de expositie van o.a mijn atelierbuurvrouw Dorien Plaat. Een hele mooie expositie. Wat echter te denken van het veronderstelde exclusief vrouwelijke karakter van zoveel broosheid?

Ten eerste zit de broosheid ook in een aantal geportretteerden zelf, uiteraard. De schilder is hier het prachtige medium om dat met verve te poneren. Ten tweede is broosheid volgens mij juist krachtig doordat het verdedigd wordt. De inleider (ja sorry ik kan zijn naam maar niet terugvinden) had het ter verdere adstructie ook  nog over baby’s die kwetsbaar en broos zijn en daarin hun kracht laten zien. Zo mag je het benoemen van mij, als je dan maar zicht hebt op de interactie die dit mogelijk maakt. In de man-vrouw-verhoudingen schetst de geachte inleider de broosheid en kwetsbaarheid als iets van het vrouwelijk geslacht. Iets waarmee, volgens zijn eigen woorden de term “het zwakke geslacht” wordt gebruuskeerd maar zich wel tegenover kwaadheid en agressie manifesteert die eigenlijk zwak zijn.

Kwetsbaarheid is volgens mij een sterke kracht en agressie ook. En vooral in relatie met elkaar vormen ze een prachtig geheel. Graag wil ik daarbij sprekers metafoor over water en steen nog oppakken en de steen (Petrus) in de bijbel. Maar laat ik me beperken.
[youtube=http://www.youtube.com/watch?v=6Tj4mkpppIs]
Op de opening van mijn eigen expositie drie weken geleden werd ook door velen inclusief inleider Louis Tavecchio gesproken over woede versus vertedering. Ook daar, hoewel genuanceerder struikelde ik wel eens over de onderschikking die het motief woede en toorn onderging. Alsof toch het een boven het andere staat, terwijl het een dynamiek aangeeft. Waar kwaadheid een reactie is op de bedreiging van het kwetsbare in jezelf of bij anderen werkt het opbouwend. Waar kwaadheid juist het kwetsbare bezeert breekt het af. De eerste positieve vorm van kwaadheid noem ik liever Toorn. Toorn is gerichte, zelfverzekerde en onderbouwde woede.

Overigens staat inmiddels de hele inleiding van Louis online, en ook mijn inleiding (hierbij) die daarop haast een antwoord lijkt al ging hij er chronologisch aan vooraf.

Een dezer dagen komt een kunstenaresse/filosofe Corry Haverkort een verhaal houden bij de expositie BROOS. Zij heeft de pretentie dat kunst verbindt “omdat de kunst in staat is alle onderscheid te overstijgen“. Dat heeft ze me ook een keer persoonlijk verteld. Toen die verbinding een vaag beeld te boven “dreigde” te gaan brak de band. Niet om mij, maar omdat de goede verhoudingen met Ed Spruijt (ja daar gaat ie weer) en de kinderbescherming de band in de weg stonden. Opmerkelijk is de samenhang tussen deze tweespaltige positie naar vaders en de manier waarop vaders als marginaal verschijnsel worden belicht in haar werk Bloedband. Ze komen  nauwelijks voor in haar familieschilderingen; wel bijvoorbeeld  als eventueel verweg verschijnsel in de vorm van een pasfoto. ( zie hiernaast). Passend en onpasselijk tegelijk dus.

Op verschillende manieren loopt er een boze broze draad tussen Vaderkunst en Minvaderkunst. Die broze draad wil ik hier exposeren, ik leg hem in deze woorden neer in mijn weblog. Ik hoop dat het een krachtige en hopelijk positieve reactie oproept. Wie de schoen past grijpe die draad.

De website van de expositie

kop van jut

Verantwoording van onderzoek in het boek Het verdeelde kind van Spruijt. Klik voor vergroting

De vorige blog van mij is heftig besproken. Niet alleen met commentaar ter plekke maar ook via mail en telefoon.
Er werd mij gevraagd  of ik niet teveel een persoonlijke vete maak van mijn kritiek op Dhr Spruijt. Verder dat ik best zelf zou weten dat ik ongelijk heb. En  of ik mijn kwaadheid misschien ergens anders op zou moeten richten (wie dient zich aan?). De laatste 2 in een reactie van een collega van Ed Spruijt; Inge van der Valk. Deze reactie en mijn antwoord daarop kunt u in de blog hieronder nalezen.

Omdat in de veelheid van reacties de kern van de zaak misschien wat onduidelijk wordt even een samenvatting. Ik bekritiseer Ed Spruijt wegens ongeoorloofde belangenverstrengeling en inhoudelijke fouten in zijn werk. Verder heb ik een goed onderbouwde andere opvatting over de waarde van gelijkwaardig ouderschap.

Inge v.d. Valk, een directe collega van Spruijt reageert met de impliciet beschuldigende vraag: “is het uw bedoeling tegenstellingen te creeren die er niet zijn? Is het uw intentie haat te zaaien waar dit niet nodig is? Doet u daarnaast bewust totaal ongefundeerde uitspraken, waarmee u een verkeerde toon zet? “. Bewust….nogal een forse beschuldiging. Ik reageer met een verwijzing naar mijn onderbouwing en een uitnodiging tot nader overleg (communicatie; Spruijt heeft het over niets anders). Voor de zekerheid stuur ik daarover ook nog een persoonlijke mail naar Inge. De reactie daarop is dat ze het niveau van de discuss

de auteurspagina. met vermelding van de auteurs. hieronder Kormos die in het AD over dit boek schreef zonder haar betrokkenheid te melden

ie onder de maat vind. Verder nog steeds geen onderbouwing van haar beweringen over mij.

Wat verder opvalt in de reacties van haar is haar “begrip” voor de kwade gevoelens. Dat begrip klinkt heel aardig. Maar wat ís dat nu in verhouding met haar weigering om zich ter discussie te stellen? Misschien wel een manier om iemand verder niet serieus te hoeven nemen. We worden als baby’s weggezet; gepamperd. Verzorgd, maar ermee praten, ho maar. Er zijn overeenkomsten met moederlijke opvoedingsstijlen. Hoeveel moeders heb ik in mijn leven al horen beweren dat ze hun man zien als de laatste in hun rijtje kinderen. Een man zelf, een vader met ballen zou zeggen; we hebben een conflict laat het ons op een integere manier uitvechten. Beantwoord een schot in de roos met een ander prachtig schot in de roos. Een en ander doet me het ergste vrezen voor de conflicthanteringscursussen die Spruijt nu aan de man probeert te brengen.

Dat pampergedrag met per saldo een weigering om te communiceren over de inhoud zelf is ook herkenbaar bij andere publiek opererende vrouwen. Op mijn blog hebben we Anja Meulenbelt en Ann Meskens al voorbij zien komen als voorbeelden van dat gedrag.

Hoewel het me niet gaat om een persoonlijke vete tegen Spruijt heb ik er al jaren geen moeite mee om Spruijt in het middelpunt te zetten van mijn kritiek op de bedrijfstak familierecht. Want hij ís dat middelpunt, hij wil het zijn en hij profileert zich zo. Kinderbeschermingsdirecteuren, ministers van justitie, kamerleden, ze komen en gaan, maar Spruijt blijft bestaan. Hij is de wetenschappelijke schijnverantwoording van wanbeleid.

Om mijn beginpunt nog een keer extra duidelijk te maken, die belangenverstrengeling, doe ik hiernaast nog een scan van blz 5 van het Verdeelde kind met daarin de opdrachtstelling aan Spruijt en de samenstelling van de begeleidingscommissie. Wie in dit verhaal de titel kop van jut krijgt mag u bedenken.

Met een vriendelijke groet van uw vertoornde blogger.

naschrift: Overigens heb ik me niet specifiek verdiept in het onderzoek van Inge zelf. Dat kan heel goed onderzoek zijn. Net als er ook onderzoek van Spruijt kan zijn dat wel deugt. Dat wil ik graag in het midden laten. Inge doet voorzover ik weet onder andere onderzoek naar het KIES-project en naar ouderverstoting. Verder is het een goede zaak dat Inge in haar reactie erkent dat gelijkwaardig ouderschap de beste oplossing is als ouders het maar goed met elkaar kunnen vinden. Een van de belangrijkste bedoelingen van gelijkwaardig ouderschap is nu juist dat ouders het daardoor beter met elkaar zullen kunnen vinden. Verder is het reageren op mijn weblog wel een moedige daad an sich. Niets van je laten horen, zoals Spruijt zelf is nog een stuk beroerder. Een aspect van de complexe situatie is dat Spruijt in zijn boeken wel aan mijn publicaties refereert. Ik vraag me daardoor vaak af of ik niet toch wat aardiger terug moet doen. En kom dan tot de conclusie; nee. Ik ga niet voor halve oplossingen. Ik maak het me moeilijk, maar ik doe het niet.

dossier Ed Spruijt op vaderseenzorg.nl

Dag van Spruijt

Je kunt het de dag van de scheiding noemen natuurlijk, maar het lijkt meer op de dag van Ed Spruijt, zelfbenoemd die zich profileert als scheidingsdeskundige . Hij profileert,  net zoals op veel andere dagen in het jaar, vooral de scheiding der denkbeelden en hun geesten. In Spits kon ik vandaag lezen dat ie vindt dat niet zozeer gelijkwaardig ouderschap als wel een kindwaardige scheiding moet worden gepropageerd. Hier brengt hij een volstrekt onnodige scheiding aan. En niet alleen onnodig, deze debatingtruuk verheelt dat onder het mom van Spruijts soort kindwaardigheid kinderen al jarenlang de dupe zijn en een fatsoenlijk beleid voor kinderen  niet van de grond komt.

Maar Spruijt is toch een wetenschapper? hoor ik u roepen. Ja helaas durft hij zich als zodanig te profileren. Aan zijn wetenschappelijkheid kleven echter wel wat macabere puntjes. Omdat hij zijn onderzoek meer dan eens betaald wordt door de Raad voor de Kinderbescherming propageert hij vooral wat ze daar willen horen. En daar kneutert past hij dan wel een quasi wetenschappelijk verhaal bij, zonder dan weer erbij te vertellen door wie hij wordt betaald. Een doodzonde in de wetenschap. In feite is gelijkwaardig ouderschap, zo blijkt uit onderzoek een van de beste dingen die een kind kan overkomen, zeker na scheiding. Daar zijn ook erg veel onderzoeken naar gedaan.

Geen gelijkwaardigheid na scheiding betekent strijd over wie de”beste” ouder is. Met als saldo-resultaat helaas dat meestal de slechtste ouder, die het niet kon laten tegen de andere ouder te strijden haar (zijn) zin krijgt. Walgelijk, en volstrekt in strijd met de wijsheid van Salomon. Maar het verdíént lekker, al die scheidingen. Voor advocaten, rechters, kinderbeschermers en jeugdzorgers. Waarvan er dan ook steeds meer moeten komen. Een nog steeds groeiende moloch die kindertjes eet. Een moloch die haar bestaansrecht mede lijkt te willen ontlenen aan de uitspraken van Spruijt.

Overigens betekent gelijkwaardigheid niet de facto 50-50 verdeling maar rechtens 50-50-verdeling. Ik leg het nog maar eens uit. Een wettelijk recht op een fifty-fifty, zoals in België in theorie bestaat geeft juist ouders de ruimte om zonder angst voor verlies van de hoofdmacht een passende afspraak en tijdsverdeling te maken. En die kan ook best 70-30 zijn, maar niet 100-0.

voetnoot: Ik heb in deze blog  op 23-9 een paar kleine aanpassingen gedaan. Weliswaar is een blog geen wetenschappelijk artikel, het past meer in de normen voor een column, maar het komt nu wel in een wetenschappelijke discussie terecht. Ik vond het verstandig om er dan toch nog maar een paar nuances in te brengen. Ook mét nuances is het al erg genoeg overigens, of misschien wel erger. De oude passages zijn doorgehaald. Nieuwe passages zijn vet gezet. Overigens had ik me in mijn reacties al wat genuanceerder uitgedrukt (zie hieronder) en ook de verwijzingen wijzen naar goed onderbouwde nuchtere artikelen.

Meer over Spruijt
Meer over gelijkwaardig ouderschap
De mogelijke betekenissen van het begrip gelijkwaardig ouderschap
Mijn andere blogs over Spruijt

Parentificatie

Kinderen moeten moeder troosten en bijstaan na het scheidingsproces waarbij bovendien van ze wordt gevraagd om ook maar tegelijkertijd solidair te zijn. Solidair tegen vader. Ze moeten ouder zijn. Ah.. parentificatie zei ik wijsneuzerig. Want je bent expert of je bent het niet nietwaar? Moeilijk woord, vakjargon zeker, vroeg de vader die even mijn gesprekspartner was. Ach ja, houd ik ook niet van maar af en toe vat zo’n woord toch beter samen wat er precies aan de hand is.

Jaja zei ik later tegen mezelf. Is het misschien niet beter om eerst te proberen verder te navigeren met de woorden die een gesprekspartner gebruikt voordat je er wat overheenplakt. Zeker gezien het feit dat het hier geen discussie tussen professionals betrof? En dus terugkijkend; hoe beeldend is de zin: “Ze moeten ouder zijn” Behalve dat het de verwisseling of verschuiving weergeeft waarmee een kind ouderlijke verantwoordelijkheden op zich neemt zit in die zinsnede ook de notie van het ouder moeten zijn dan je bent, gedrag vertonen dat niet passend is voor je leeftijd, dat hoort bij iemand die meer jaren erop heeft zitten. Mooi trouwens het subtiele verschil tussen: “Een kind moet ouder worden” en “Een kind moet ouder zijn”.  Het eerste is een doel van de opvoeding, het tweede helemaal niet. Goed onderscheidend en verhelderend taalgebruik dus.

Ook  dat dit verschijnsel een onderdeel kan zijn van het ouderverstotingssyndroom was deze vader volkomen duidelijk. Het valse misbruik van de loyaliteit van de kinderen om ze tegen de andere ouder te richten; loyaliteitsmisbruik.  Deze moeilijke woorden hebben in de praktijk wél een functie overigens omdat ze niet beter kort gebekt kunnen worden.

Een belangrijke vorm van parentificatie is het overnemen van de rol van de partner van de ouder waar het kind verblijft. Het optreden als plaatsvervanger van de verdwenen ouder. De glorie van die rol maakt verstoting van de verdwenen ouder nog eens extra “noodzakelijk” Het kind is grootaandeelhouder geworden, medeverantwoordelijk voor de verstoting van degene die het vervangt.

Als je dieper ingaat op het begrip parentificatie zie je dat er door verschillende wetenschappers andere definities aan zijn gegeven die gelukkig wel allemaal vallen onder de hier eerder genoemde omschrijving ouder moeten zijn. En inderdaad de ene definitie legt meer de nadruk op het vervroegd volwassen zijn en de andere meer op  verdraaide rolpatronen. Een van de eerste ontwikkelaars van het begrip is Nagy, een Amerikaans-Hongaarse psychotherapeut die ook van belang is voor het gebruik van het begrip loyaliteit en dus ook loyaliteitsmisbruik. Kinderen zijn loyaal, die loyaliteit mag niet doorbroken worden maar ook niet misbruikt. Bij ouderverstoting gebeurt beide wel.

Nagy onderscheidt functionele en destructieve parentificatie. Parentificatie kan ook bijvoorbeeld een erg tijdelijke leerrol zijn. Of een korte noodzakelijkheid die in de beste opvoedingssituatie wel voorkomt en misschien daarmee ook wel bijdraagt aan het kennismaken met de volwassen rol. Toen ik het begrip gebruikte in de bovengenoemde conversatie bedoelde ik slechts het destructieve mechanisme. Gemeten aan Nagy versimpelde ik dus eerder dan dat ik er diepte aan gaf. Hopelijk heb ik dat nu weer een beetje rechtgezet.

Een mooie inleiding op het begrip parentificatie
dossier ouderverstoting (Parental Alienation Syndrome)

weekmakers

een beetje zielig sperma: Woody Allen in What you always wanted to know about sex; klik hier voor dit deeltje van die film

Ook cosmetica zijn slecht voor de mannelijke vruchtbaarheid zag ik vandaag op de buis verkondigd. Dat is een lange in een reeks moderne producten -weekmakers, magnetron, oestrogenen- die een aanslag op sperma en man plegen. Het woord aanslag suggereert opzet. Opzet moet nog aangetoond worden. Maar georganiseerde laksheid als het gaat om de mannelijke gezondheid is vermoedelijk toch wel een tendens. Ook weer net zo’n specifiek vrouwengezondheidsprogramma (opsporen hartziektes bij vrouwen) op het journaal langs zien komen.Prima, maar waar zijn de specifieke mannencampagnes?

Dat vooral de mannelijke vruchtbaarheid wordt aangetast, voor een deel notabene met kunstmatig gefabriceerde vrouwelijke hormonen die via het afvalwater in het drinkwater terechtkomen nodigt uit tot een aantal cynische opmerkingen.

Volgens mij is het nog steeds zo dat mannen minder van hun pensioen consumeren dan vrouwen omdat ze nog steeds een jaar of twee minder oud worden. Hoogste tijd voor een zorgvuldigere analyse met actieplan m.b.t mannen en gezondheid. En misschien dat in het kader van de problemen met de pensioenfondsen vrouwen wat meer premie mogen betalen omdat ze er langer, meer van profiteren?

Of hebben de weekmakers ons al te zeer te pakken gehad?
[youtube=”http://www.youtube.com/v/4X6U8XE-szE]

En dit dus een mooie persiflage op Woody Allen

dossier mannenbeleid

De autoriteit van de Dikke van Dale

vaderschap in de Dikke

Tien jaar geleden stuitte ik in de encyclopedie Encarta op een, mijns inziens nogal merkwaardige definitie van vaderschap. “De biologische en/of juridische betrekking waarin een man tot een kind staat”. Dat vaderschap een betrekking is tot een kind wilde ik wel aannemen. Maar waarom alleen juridisch en biologisch? Het ligt voor mij, als vader, voor de hand dat er ook een emotionele en sociale component is. Uiteraard is verklaarbaar waarom Encarta deze definitie hanteerde. Een beperkte opvatting van het begrip vaderschap, zoals bijvoorbeeld kenbaar in het begrip “vaderschapsactie” definieert het vooroordeel. De kritiek heb ik vervolgens herhaalde malen geventileerd Bijvoorbeeld in 2000 in een artikel in Trouw. Toen ik Wikipedia ontdekte kwam ik alras op het idee om zelf maar eens (opbouwend!) een passende definitie van vaderschap te maken. Uiteraard keek ik daartoe ook in de Dikke van Dale. Daarin stond iets (de staat van het vaderzijn) waar ik de conclusie uit trok dat de beperking tot het juridische en biologische zonder problemen ook kon worden verlaten. Wel vond ik dat het wat specifieker kon dan in de van Dale. Ook vond ik het niet mooi om het woord vader in de definitie te laten staan zodat eigenlijk vooral de toevoeging -schap werd gedefinieerd. Zodoende dus: Vaderschap is de relatie tussen een man (ook mannelijk dier) en zijn kind.

Onlangs meldde iemand mij dat hij het toch van een vergaande arrogantie vond getuigen om zomaar tegen de Dikke van Dale in te gaan. Zo erg ga ik mijns inziens niet tegen de Dikke in en eerlijk gezegd vind ik mijn definitie net iets beter. Afin er waren ook inhoudelijke argumenten. Bijvoorbeeld dat het semantisch niet zou kunnen. Als ik het goed begrijp slaat dat op de kwestie dat de uitgang -schap alleen een hoedanigheid van het andere woorddeel zou kunnen beschrijven en dus per semantische definitie dan geen relatie met iets anders. Dit wordt weersproken door veel andere woorddefinities van van Dale. Broederschap is bijvoorbeeld volgens van Dale een relatie en waterschap behelst een beheersrelatie met het eerste woorddeel.

Afin zo’n woordenboek kan gevoelig liggen als hij ooit op vaders boeken….schap stond. mmm of was het in mijn geval toch meer moeders veelbelezen boekenplank. Een voormalige kunstdocent memoreerde een keer dat hij een Dikke van Dale tegen zijn hoofd gegooid kreeg door zijn vriendin nadat hij zich daar weer eens op had beroepen. Ik voel hem af en toe nog wel naar mijn kop komen. Of de botsing tussen mijn hoofd en de Dikke de autoriteit van mij of die van de Dikke D onderuit haalt blijft daarmee in het midden.

Vaak ruikt een autoritaire relatie naar vaderschap. En het verzet ziet er mogelijk soms uit als een puberreactie. Ik moet hierbij denken aan een goede vriend van me die het hedendaagse maatschappelijke oproer beziet als een vorm van maatschappelijke puberteit. Dus eigenlijk meer om het gezag uit te dagen zonder een volwassen verantwoordelijkheid te nemen. Ik begrijp dat een heel klein beetje. De volwassen verantwoordelijkheid kan volgen, net zoals die uiteindelijk ook in een goede opvoedingsrelatie volgt. Waar ik de ene na de andere autoriteit vaarwel heb moeten zeggen deed het echter met pijn. Een pijn die uiteraard refereert aan de autoriteiten waar je door en voor bent opgevoed. Nadat mijn vader het als autoriteit had laten afweten duurde het even voordat ik de relativiteit van grote maatschappelijke autoriteiten als de rechterlijke macht doorprikte waarna ik vluchtte onder de paraplu van de Stichting Dwaze Vaders waar … helaas… ook niet alle autoriteit integer bleek. En zo komt de autoriteit hoe langer hoe meer gevaarlijk dicht bij jezelf te liggen. Hoe moeilijk dat ook weer kan zijn.

Het Trouw-artikel uit 2000

Risico’s

Joshua tekent het Gipfelbuch op de Grosser Trögler

Eerst zagen we bij een steil stukje bergwandeling een wandelstok zomaar op het pad liggen, een tiental meters verder nog een ónder het pad. Er was maar een conclusie mogelijk; hier was iemand de diepte in verdwenen. Zelf hadden we, ons overigens bewust van de risico’s, geen moment de grip op weg en situatie verloren. Joshua en ikzelf waren supergeconcentreerd en wisten waar we op moesten letten. Op zulke plekken heb je twee handen en twee voeten nodig, zodat je ook als een grip je ontglipt nog meer dan voldoende hebt om stand te houden. Bovendien stond ik nog eens onder hem.

Eerder die week had ik op een Duitse zender iets vaag opgevangen over een Nederlands meisje met toestemming ergens voor. Laura concludeerde ik. Thuisgekomen las ik de berichten erover, inderdaad toestemming. Niet alleen van de rechter, maar ook van haar moeder. Mijn gedachten over de bemoeienis van jeugdzorg en trawanten mogen bekend zijn; vingers af. Wel had ik al eerder kritiek op de aard van de uitdaging; de jongste zijn. Ik ben van mening dat de uitdaging dient te zitten in de techniek, de concentratie, het uithoudingsvermogen, als je daar voldoende van hebt ;ok. Maar niet die push omdat je de jongste bent. Ik moet er niet aan denken dat ik Joshua toestemming had gegeven die berg alléén te nemen onder de noemer dat hij dan de jongste zou zijn. Als hij het zou kunnen, zou willen. en hij zou dan de jongste zijn ok. Maar het gaat er om hoe goed je bent, niet hoe jong je bent.

Vaders nemen dikwijls het voortouw in risicovolle ondernemingen. Het is van belang dat er risico’s worden genomen. En liefst zo dat je ervan leert. Hoe paradoxaal dat ook voelt of klinkt, dat vermindert de risico’s op de lange termijn. Vaders zijn hierin vaak een belangrijk tegenwicht tegenover moeders.
Kinderen klimmen in bomen en nemen risico’s op straat. Ze moeten leren die risico’s zo goed mogelijk te nemen. Ik kan me een moederopstand herinneren tegen een man die zei dat kinderen in de boom bij de kleuterschool (ergens in de Rijnmond) mochten blijven klimmen, ook al was er iemand eerder dodelijk gewond uitgevallen.

Gelukkig neemt het vertrouwen in vaderschap toe. Dat merk ik dicht om me heen en dat merken we uiteindelijk ook in het verloop van de zaak Laura Dekker waar de vader de eerste was die zijn toestemming gaf. Mijn kritiek is dan ook een van vaders onderling; liever toch niet met het motief de jongste te zijn. Maar als ze het aankan prima. Dat zijn vader en dochter, begrijp ik, nu aan het bekijken. Succes ermee Laura!!

Hoewel ook de verdere afloop van onze bergavonturen interessant, en die van onze voorlopers dramatisch is, laat ik het even bij een foto van Joshua die het Gipfelbuch tekent.

boegbeeld

beeldje vaderdagtrofee m/v Joep Zander

Vader en jurylid Henk Hanssen draaide zíjn laatste, en tevens het állerlaatste  presentatieplaatje van de conferentie het reusachtige scherm op in collegezaal A van de Universiteit van Amsterdam.
En alsof we het hadden afgesproken verscheen Henk daar met zijn kind omhooggedragen de ogen op elkaar gericht in beeld. Alsof ik het bééldje van de vaderdagtrofee naar zijn foto had gemodelleerd, wat niet waar is. Of alsof hij zijn foto daar had gezet omdat ik dat stiekem met hem had afgesproken, wat zo mogelijk nog minder waar is. Het resultaat was in ieder geval dat het beeld van Henk bleef staan tijdens de uitreiking en zo de verbeelding van de vaderdagtrofee verdubbelde.

Dit maakte duidelijk dat dit inderdaad op zijn minst één van de archetypische beelden is van vaderschap. Vader draagt zijn kind de ruimte in, hij houdt het niet tegen zich aan, maar nog wel even vast, het kind voelt al dat het ook losgelaten zal worden, dat de vrijheid roept.

In mijn beeld is het kind geboren uit het hart van de vader, waar de sporen nog van te zien zijn, alsof vaders baarmoeder op een andere plek zit dan die van de moeder. Loslaten kost ook vaders moeite. En nog meer moeite als het kind midden in de opvoeding van de vader wordt weggerukt. Ontvadering.

Afin, zoals altijd kan ik dit schrijven nádat ik het beeld gemaakt had. Wist ík veel waar ik aan begon. Nou ja, in mijn tenen.

Als Peter Tromp het beeldje aanbiedt aan de winnaars Glenn Helberg en Orville Breeveld zie ik het in zijn hand smelten. De koesterende en bezeerde hand van een vader die zijn kind had willen vasthouden waar nu een beeldje word gedragen. Dat zie ik  erin.

Een gedragen beeld, een boegbeeld misschien dat het cliché wenst te overstijgen. Hoewel het letterlijk de eerste afdruk van het cliché (de rubberen mal) is.