Vrouwen: stem geen Rutte

wijzigingen: 14.50 video toegevoegd
Gisteren voerde ik op boublog nog een korte discussie over de gap tussen algemeen mannenkiesrecht en algemeen kiesrecht ook voor vrouwen. In 1917 werd het algemeen kiesrecht van mannen ingevoerd en vanaf 1919 mochten ook de vrouwen gaan stemmen. Premier Rutte hoorde ik vanochtend bij zijn stembusgang zeggen dat we 100 jaar algemeen kiesrecht hebben, en dat we dat dus vandaag moeten gaan vieren door massaal te stemmen. Ik schrok, een premier die zo iets essentieels niet snapt. Even later herstelde hij zich, tsja het mooie van dat 100 jaar was er nu uit. Blijkbaar had iemand hem snel toegefluisterd dat hij dit niet kon maken. Het zal mij benieuwen of de eerste uitspraak nog ergens terug te vinden is (jaja hieronder vindt u een primitief van tv gekopieerd fragment van WNL). Als vrouw zou ik maar geen VVD gaan stemmen, als man die het vaak voor vrouwen opneemt als het om dit soort dingen gaat natuurlijk ook niet. Maar ja ik was dat toch al niet van plan. Stem Peter Omtzigt of voor het nationale zorgplan is mijn advies. (zie eerdere blogs)

gereformeerd ongelijk

Het gelijkheidsprincipe is ons wat waard. Zelfs de godsdienstvrijheid kan er niet tegenop. Dat bleek deze week in de uitspraak over het passieve kiesrecht van vrouwen in de SGP. Met passief kiesrecht kun je de facto erg actief zijn, het gaat hier om een taalkundige aanduiding. Het “worden verkozen” is een passieve bewoording.

Zoals hier wel eens meer opgemerkt is er echter iets bijzonder ongelijks aan de toepassing van het gelijkheidsprincipe. Het passieve recht om vader genoemd te mogen worden bijvoorbeeld is in hoge mate wettelijk afhankelijk van de toestemming van de moeder. Het actieve recht om vaderschap uit te mogen oefenen is er nog een stuk beroerder aan toe. De facto moet je in deze maatschappij maar aantonen dat je een toegevoegde waarde hebt anders vergt het “belang van het kind” dat je als vader oprot. Deze invulling van het begrip belang van het kind is niet alleen van geen enkel nut voor kinderen, maar is ook een principieel ongelijkwaardige. Als moeder hoef je defacto namelijk nooit iets aan te tonen.

Conclusie? Moederschapsideologie heeft in deze de ontwikkelde landen een hogere status dan godsdienst, ergo staat boven de wet. Gelijke behandeling hoeft niet in het licht van moederschap. En die conclusie reikt zowel naar de uitvoering van wetenschappelijk onderzoek (denk aan het beruchte onderzoek van Tamar Fischer in 2004) als naar het praktische functioneren van de justitiële instanties. Het woord “ontwikkeld” hierboven slaat dan ook niet op enige morele status maar is eerder in verband te brengen met het woord ontwikkeld in de zin: Hij heeft een ernstige ziekte ontwikkeld. En een ontwikkelingsland is dan dus een land waar die ziekte nog ontwikkeld moet worden. En ontwikkelingshulp is dan de hulp die ik nodig heb om van een en ander weer te bekomen.

zie ook dossier emancipatie
Ook Ger Groot veegt, overigens deze keer om andere redenen, de vloer aan met deze actie van het Clara Wichmaninstituut
De juridische toelichtingen van de Hoge Raad