Waarheid en vertrouwen. deel 4 van het verslag van hoorzitting expertteam ouderverstoting

Ik leg uit dat er sprake is van een langdurige en diepe problematiek die zich intergenerationeel voortzet. Daarmee worden ook de trauma’s voortgeplant. Primaire trauma’s van kinderen en ouders die elkaar missen, secundaire trauma’s omdat het trauma niet wordt erkend. Tertiaire trauma’s omdat mensen die zich actief inzetten ook op dat niveau trauma ‘s opnieuw voorbij zien komen en daar hard door worden geraakt.

Inmiddels broeit bij mij het vermoeden dat waar Jurjen het heeft over systeembenadering hij iets anders bedoelt dan ik. Hij bedoelt het gezinssysteem en wil daarmee dus de beide ouders de schuld in de schoenen schuiven. Over traumatisering gesproken. Graag had ik hier nog wat verder op in willen gaan maar daarvoor ontbreekt de tijd.

Volgt de discussie die ik in deel een al even aanraakte. straf vroeger civiele gijzeling van vaders die langs het voetbalveld naar hun kinderen zwaaien.

Er ontspint zich ook nog een discussie tussen mij en Jurjen over de manier waarop met cijfers wordt omgegaan. Ik stel dat het een kwalijke zaak is dat bij de benadering van het probleem er van wordt uitgegaan dat slechts 5% van de ouders herriemakers zijn terwijl je natuurlijk zou moeten kijken naar het aantal kinderen dat de dupe is van geen contact. Jurjen beweert dat het hier over 20% gaat en dat dat ook voortdurend wordt gecommuniceerd. Ik denk dat die 20% vaak niet wordt gecommuniceerd en bovendien mogelijk een onderschatting is.

Waarheidsvinding komt even aan de orde maar niet als strafrechtelijk issue (valsheid in geschrifte met verzwarende straf voor ambtenaren). Ik merk wel op dat er een soort waarheidscommissie zou moeten komen (vergelijk Zuid Afrika na de apartheid).

De commissie vraagt ons naar het moment waarop het eerste signaal binnen kwam dat er iets mis ging. En weer gaat het voornamelijk over signalen uit de relatieperikelen. Ik beantwoord de vraag met een maatschappelijk antwoord. Mijn eerste signalen dat er iets mis kon gaan kwamen uit mijn collectieve geschiedenis als man en vader. De vrienden die het contact met hun kinderen verloren, wat zaait angst.

Cees van Leuven merkt op dat het team het niet wil hebben over en aantal zijproblemen als ontvoering en nog wat waar ik wat meer duidelijkheid over hoop te krijgen.

Bij de afsluiting benadruk ik nog een keer de systeembenadering, maar dan wel met mijn opvattingen van wat een systeem is.

Ik merk op dat ik weinig vertrouwen heb in wat er uit deze hele gang van zaken komt, maar dat ik desalniettemin blij ben dat ik gehoord ben.

In de aftermath van deze bijeenkomst worden er nog wat mails gewisseld die een misschien wat positiever beeld creëren dan mijn eerste indruk. Maar het wordt een hele opgave om dit alles tot iets positiefs te laten keren.

Dat was mijn vastlegging van het gebeuren. Het kan goed zijn dat ik de komende dagen nog hier en daar wat aanpas als er iets bij mij boven komt drijven. Ik raad de lezers aan om dit verslag in definitieve vorm over een paar weken integraal opnieuw te lezen.

En ja hieronder even het schilderij dat als achtergrond diende van mij tijdens de conferentie. Zo krijgen jullie op Linkedin misschien weer eens wat anders te zien dan steeds weer die malieveldfoto van mij.

deel 3 handhaven en voorkomen

deel 1 van dit verslag

deel 2 rechters al verstoters en vaderdiscriminatie

Handhaven en voorkomen. verslag hoorzitting deel 3

( met stukje aangepast deel 2)

Rechters en de uitvoerende macht maken zich bovendien schuldig aan minachting voor de grondwet en het parlement. Ik noem daarbij als voorbeelden de openbaarheid van uitspraken en het negeren van besluiten van het parlement. Ik breng daarbij Prof Hoefnagels in herinnering die Staatssecretaris Kosto tot vergaande uitspraken kon brengen over het handhaven van omgang. Cees van Leuven merkt op dat ik al eens had verteld dat er excuses zouden moeten komen voor het onheil dat de laatste decennia door met name rechters is aangericht. Ik voeg daar aan toe dat rechters zelfs voorgedrukte formulieren hanteerden om vaders buiten spel te zetten. Hierop reageert Jurjen met de vraag of ik die dan eens wil opsturen dan kunnen ze misschien in de rapportage terecht komen. Dat vind ik dan weer een meedenkende reactie, ik hoop dat dat door de rest van het expertteam wordt overgenomen.

Ik merk op dat laagdrempelig gratis toegankelijke hulpverlening, zoals buurthuismediation een goed idee is om iets preventiefs te doen. Maar verder zal wat mij betreft bijna alles uit vroegtijdige afspraken en teruggeven van eigen verantwoordelijkheid aan de samenleving (vergelijk eigen kracht) moeten komen, gecombineerd dus inderdaad met excuses voor wat er in het verleden is aangericht. En als ultimum remedium de programmerende ouder strafrechtelijk ter verantwoording roepen door haar even op het politiebureau te ontbieden wegens verdenking van geestelijke mishandeling (artikel 300 lid 4 wetboek van strafrecht) en ondertussen de andere ouder toegang te verlenen. De dader het huis uit en niet de slachtoffers. Dus niet door bussen vol politieagenten aan te rukken, wat jeugdzorg wel eens doet om handhaving in een kwaad daglicht te zetten. De orthopedagoge-ervaringsdeskundige bepleit uitbreiding van de omgangsregeling als ie niet word nagekomen. Daar is iedereen ineens erg enthousiast over. Ik beaam dat paradoxale toewijzing al sinds Hoefnagels het daarover had een goed idee is maar dat je dat dan wel moet doortrekken naar wisseling van hoofdverblijf of gezag anders heb je nog steeds een theoretische omgangsregeling.

Teamleden vragen naar de zin van systeembenadering. Ik ben daar voor. Enigszins verbaasde reactie van Jurjen Tak. Ik antwoord dat ik niet van complotdenken wil worden beschuldigd als ik systemische fouten duid. Dat ik hierover een lezing heb gehouden waarin ik de verbanden uitleg tussen wat op micro (gezin), meso (instituten) en macro (politiek en discours) zich afspeelt op dit vlak. Dit ontlokt een reactie aan Louis Tavecchio. Die zal ik weergeven zoals hij hem in een lateremailwisseling uitlegt. Ene Bronfenbrenner heeft eerder onderzoek gedaan naar de verbanden op de diverse niveaus. Mijn lezing en het daarop gebaseerde niet gepubliceerde artikel zouden een mooie aanvulling kunnen zijn gespecificeerd voor ouderverstoting. Hij wil er aan werken dit artikel meer publiek te maken.

deel 4 van dit verslag

Rechters als verstoters en vaderdiscriminatie deel 2 van het verslag van de hoorzitting van het expertteam

vervolg op het vorige blog

De orthopedagoge schrok zichtbaar en zei dat ze het niet over woordgebruik (haar kind verstootte haar) wilde hebben waarmee ze zelf blijkbaar terugschrok voor de consequenties van haar woordgebruik. Ik merkte op dat taal ongelooflijk belangrijk is als je zaken wilt veranderen. Daarbij wees ik als voorbeeld nog naar het gebruik van “verzorgende ouder” als aanduiding voor die ouder die de status-quo naar zich toegetrokken heeft en daartoe het hardst aan het kind heeft getrokken. De voorzitter van de expertgroep Cees van Leuven meende dat wat ik beweerde dat in de tussenrapportage stond niet in de tussenrapportage stond. Ik probeerde vervolgens uit mijn hoofd zo letterlijk mogelijk uit die rapportage te citeren. Wat een wonderlijke ontwikkelingen denk ik, maar laat het hier maar even bij.

Teamlid Jurjen Tak, orthopedagoog/psycholoog voegt aarzelend wat toe over het idee dat kinderen niet verstoten maar zichzelf beschermen. Tsja. Verstoten om zichzelf te beschermen dus, maar aan deze laatste opmerking kom ik niet toe omdat ik de indruk krijg dat Jurjen die opmerking zelf niet serieus neemt.

Ik ga in dit verslag niet veel verder in op het horen van de andere deskundige, de orthopedagoge, zeker niet wat betreft haar persoonlijke case. Ik weet niet zeker of ik alles verder op chronologische volgorde vertel.

Ik merkte op dat wat het expertteam als preventie beschrijft meestal niet gaat over vroegtijdige preventie. Juist dat lijkt me ontzettend belangrijk. Ik licht wat toe over het voorstel tot het maken van vroegtijdige afspraken door toekomstige ouders waarbij ze een soort arbitragecomité benoemen die bindende uitspraken kan doen en waarbij wordt afgesproken dat er niet naar de rechter zal worden gestapt in geval problemen maar dat dat dus aan het comité van vrienden en/of familie wordt voorgelegd. Daartoe zou de overheid een campagne kunnen starten die al gauw meer opbrengt aan besparing dan de kosten. Met elk voorkomen ouderverstotingsgeval en vaak bijbehorende rechtszaken is immers al gauw een ton gemoeid. Gezien het falen van de professionals is een terugkeer naar eigen verantwoordelijkheid misschien geen gek idee. Het lijkt er immers sterk op dat met het toenemen van het aantal bemoeiende zogeheten deskundigen de problemen alleen maar zijn toegenomen. Het expertteam gaat uitgebreid in op de mogelijkheden van verplichte bemoeizorg waar ik geen voorstander van ben. De hulpverlening heeft immers al teveel boter op haar hoofd. Ter adstructie daarvan haal ik het voorbeeld aan van mijn eigen dochter die nadat het contact met haar wonderlijk werd hersteld door een zogenaamde hulpverlener weer werd gereset naar de modus loyaliteit programmerende moeder. Dit gebeuren werd mede gedragen door het gebrek aan afstand van deze hulpverlener tot haar eigen geschiedenis. Teamlid Heleen Koppejan gaat nog even in op de case van Pro Persona en mijn dochter waar ze bij betrokken is doordat de klachtprocedure tegen Pro Persona wel opleverde dat Heleen een lezing daar kon houden. Verder leverde het niets op. Door de geschiedenis van dit soort problemen blijft het dooretteren met rechters en hulpverleners. Zij zijn zelf vaak veroorzakers van de ellende. Vaders wordt vaak door hulpverleners aangeraden “los te laten” en daarmee hun kind te laten vallen. Cees van Leuven merkt op dat ik al eens had verteld dat er excuses zouden moeten komen voor het onheil dat de laatste decennia door met name rechters is aangericht. Ik voeg daar aan toe dat rechters zelfs voorgedrukte formulieren hanteerden om vaders buiten spel te zetten. Hierop reageert Jurjen met de vraag of ik die dan eens wil opsturen dan kunnen ze misschien in de rapportage terecht komen. Dat vind ik dan weer een meedenkende reactie, ik hoop dat dat door de rest van het expertteam wordt overgenomen.

deel 1 van dit verslag

deel 3 van dit verslag

deel 4 van dit verslag

NU! Eerste deel verslag zitting expertteam

Om de moed er in te houden hier alvast het eerste deel van mijn verslag

“Dat was verleden tijd Joep, dat gebeurt nu niet meer”. Ik zit als deskundige in gesprek met het expertteam ouderverstoting en nog iets en heb het over het vervolgen van vaders die naar hun kinderen zwaaien. De vraag komt van Gerda de Boer die later trots meldt dat er een publicatie is van een vaktijdschrift waarin een artikel van haar is gepubliceerd over dit soort zaken. “Over welke tijd heeft u het?” Vraagt ze. NU! Antwoord ik.

Je zou kunnen zeggen dat deze passage in het bijna twee uur durende gesprek van mij en een andere deskundige met het expertteam tekenend was voor de kwaliteit van het team, niet mensen in dat team individueel maar toch. Zowel de technische als inhoudelijke gang van zaken vond ik verontrustend. Zelf was ik, onervaren in internetconferenties, bang dat het technisch niet goed zou komen. Daarom had ik de hulp ingeroepen van een vriendin. Ik begreep van haar dat het gebruikelijk is dat je een half uur of zo voor de vergadering kunt inloggen zodat je de techniek kunt checken. Op de begintijd van het gesprek was het nog niet mogelijk, maar gelukkig een minuutje later wel. Het gevolg was dat er uiteraard iemand anders was die het technisch niet voor elkaar kreeg zodat we met zijn allen een kwartier moesten wachten. Aan de mailadressen te zien werd de conferentie gehost door een door justitie ingehuurde professional. Ze was niet bepaald actief bezig met het oplossen van de problemen daar moest ze eerst door de voorzitster toe worden opgeroepen.

De andere deskundige die door het expertteam was opgeroepen kwam na de voorstelronde eerst aan het woord. Zij bleek naast orthopedagoog ook ervaringsdeskundige. Ze beschreef hoe haar medemoeder/ex-partner het kind waar die partner ook biologisch de moeder van is het kind programmeert om niet naar haar te gaan zodat dat kind haar verstoot. Ze gebruikte letterlijk een aantal malen het woord verstoten. Dat was voor mij aanleiding om op te merken dat het begrip verstoten blijkbaar een effectieve manier is waarmee een orthopedagoge het gedrag beschrijft. Dan is het merkwaardig dat het expertteam in haar tussenrapportage het het woord verstoting als inadequaat beschouwt omdat het het kind de schuld in de schoenen zou schuiven. Ik markeerde dat ik dit woord zelf (samen met Rob van Altena) heb ingevoerd in mijn eerste publicaties en dat het woord inmiddels onderdeel uitmaakt van de jurisprudentie en de wetenschappelijke literatuur en een adequate vertaling is van het begrip Parental Alienation wat jullie wel gebruiken. Waarom weigeren jullie het gedrag van een kind adequaat te omschrijven vroeg ik de dames en heren vrij indringend. (zie ook mijn vorige blog met de mail die ik er later aan wijdde)

deel 2 van het verslag

deel 3 van het verslag